Vincent van Gogh in Remonstrantse Hofje    

Haarlemse Hofjeskrant gratis verkrijgbaar:
Haarlem:
DekaMarkt Rijksstraatweg 283, Rijksstraatweg 40-42, Anthony Fokkerlaan, Eksterlaan, Meester Cornelisstraat, Schalkwijkerstraat, Gedempte Oude Gracht, Amsterdamstraat, Prinses Beatrixplein, Oranjeboomstraat, Ramplaan en Floridaplein. VOMAR Da Vinciplein, Stephensonstraat en Paul Krugerkade. JUMBO Engelenburg. PLUS Rijksstraatweg en de Coop Stuyvesantplein. AH Floriadeplein, Marsmanplein, Soendaplein, Drossestraat, Westergracht, Grote Houtstraat, Kruisstraat en Spoorwegstraat. VVV, Noord-Hollands Archief, Van der Pigge, Muys Kantoor & Cadeau, DEKATUIN. Bibliotheken Gasthuisstraat, Planetenlaan en Leonard Springerlaan. Heemstede: VOMAR Binnenweg, AH Blekersvaartweg, SPAR Te Winkelhof en PRIMERA De Pijp
Raadhuisstraat, Bibliotheek Julianaplein.
Bloemendaal:
AH en Papyrium Bloemendaalseweg.

 

d


Hofje op TV



Onder de titel ‘De markante bewoners van een katholiek hofje’ werd op zondag 15 februari bij Kruispunt door de KRO-NCRV een documentaire uitgezonden over het hofje Codde en van Beresteyn.
Bekijk hier de documentaire


 

“Wat is het een genot om zo’n Frans Hals te zien,” schreef Vincent van Gogh in 1885 aan zijn broer Theo. Vier jaar eerder, in december 1881, was Vincent op bezoek geweest bij zijn zus Willemien in het Remonstrantse Hofje. Ook zag hij toen in het Stedelijk Museum de schuttersstukken van de door hem zeer bewonderde Frans Hals.

Oud-conservator Frans Hals Museum Antoon Erftemeijer ontdekte dat Vincent in zijn Haagse periode af en toe zijn zus bezocht. Willemien (1862-1941) was op 19-jarige leeftijd naar Haarlem verhuisd.
Zij ging daar als gouvernante werken bij de uit Nederlands-Indië teruggekeerde weduwe Adriana Scheffer-Michielsen en haar vijf jonge dochters. Meestal woonde een gouvernante in. Willemien zou dit werk zo’n anderhalf jaar doen. Begin december 1881 was Vincent, sporend van Den Haag naar Amsterdam, nog even in Haarlem uitgestapt. “Ik ben toen ook nog even bij Willemien geweest, die er goed uitziet en gezond en opgewekt” schreef hij Theo.

Aan het eind van die maand was hij langer bij haar op bezoek. Aan Theo schreef hij dit keer: “Ik zat heel gezellig bij ons lief zusje Willemien en ik wandelde met haar.” Zij had een speciale betekenis voor Vincent: zij was een tijdlang het contact tussen hem en de door hem obsessief beminde nicht Kee Vos. Willemien zal hem getroost hebben bij dit uitzichtloze ‘project’ schrijft Erftemeijer.
  ee

Op pagina 6 van de Haarlemse Hofjeskrant 43 staat een brief die Vincent aan Willemien geschreven zou kunnen hebben, ontsproten aan de creatieve geest van redacteur Willem Brand. Lees de brief hier.

Bron: A. Erftemeijer in Haarlemse Kunstcahiers 1; 99 uitgevers, Haarlem 2017
   

   
Herbeleving passie in Hofje van Staats    
Samen met geestelijk verzorger Abeltje Hoogenkamp, coördinator welzijn Pascalle Pronk en vrijwilliger Wim is Emiel naar het hofje gereden. Emiel wilde graag in een groene bloemrijke omgeving op de foto. In ‘Staats’ wordt Emiel welkom geheten door vijf hofdames, uitgedost in kleurrijke zomerjurken en met zonnehoed.    
         
e    
     

Agenda
Abeltje Hoogenkamp: “Het project bedacht door Jody van der Velde is een fijne manier om verhalen van mensen naar boven te halen door ze te vragen naar hun grootste passie. Zo hadden we al een plantendokter, een Elvis-fan en een eerste klas klusdame Dat was een vrouw die graag met haar kleinkinderen ging timmeren en lassen. ‘We gaan wat maken, niks kopen’, zei ze dan. Mensen kijken ernaar uit. Soms laten mannen hun baard staan. Doordat ze iets in hun agenda hebben staan leven ze helemaal op.”

Shaffy
Terwijl fotograaf Peter van Beek met de hofdames de mise-en-scène uitdoktert, vertelt Emiel over zijn leven. Hij was toneelleraar in Antwerpen, restaurator (“Ik heb zelfs een Rafaël van 87 miljoen in handen gehad. Ik heb de houten randen schoongemaakt en er verf voor onderzoek er afgehaald om de oudheid te bepalen.”) en verhuisde vanwege de liefde naar Haarlem. Hij heeft Ramses Shaffy nog regie-advies gegeven. “We waren beiden gek van Jacques Brel en zongen zijn liederen aan de bar en lieten het bier schuimen.”

Juwelen
Zijn doeken zijn geen grootse werken, vindt hofdame Jetty die dertig jaar aan de Kunstacademie van Breda heeft lesgegeven. Máár zijn schilderijen hadden dan ook een hoger doel. Emiel ontwierp en maakte namelijk ook juwelen. De verkoop ging op uiterst originele wijze. Hij maakte eerst een portret van een mogelijke klant (alleen dames!) en deed haar dan b.v. zijn zelf ontwerpen hanger om. Vonden de dames – hij portretteerde zo zo’n vijftig dames – het juweel passen, dan ging hij die maken.

Amoretti
De hofdames hebben zich inmiddels rondom Emiel geposteerd, sommigen met een bloem in de hand. Peter van Beek vindt het leuk als hofdame Margreet net als Emiel ook wat penselen vasthoudt. Abeltje vlijt zich neer in het gras en mag van de fotograaf naar Emiel kijken. Van Beek na de fotoshoot: “Je ziet mensen echt transformeren. Dan is het geen oudere die is afgeschreven, maar een mens met een indrukwekkend verhaal.” Margreet vraagt lief of Emiel een glas bier lust. “Het is wel Italiaans!’, zegt ze bijna verontschuldigend en laat het flesje zien. Emiel ad rem: “Amoretti, dat klinkt goed.”

Tekst en foto’s: Willem Brand

   

   
  Hofjesbaby Benjamin
Op haar negentiende repeteerde Esther Visser bij een bevriende pianist in Haarlem en wel in het huis waar ze nu woont! Toen hij naar New York emigreerde, kon zij het hofhuisje huren. Ze woont er nog steeds. ‘Een ideale plek om
viool te studeren. Links staat een schuur, rechts zit er nog een kamer naar haar buurvrouw Miranda tussen.’ Het is een heerlijk hoekhuis dat Esther in de loop van de jaren naar haar zin heeft weten in te richten. Beneden liet ze een mooie houten vloer leggen en een meubelmaker een kast op maat maken. Boven maakte hij een schuifkast.
Lees verder
   

   
Elan Wonen draagt Teylers Hofje over    
Wooncorporatie Elan Wonen is van plan het Teylers Hofje over te dragen. De nieuwe eigenaar wordt zo goed als zeker Vereniging Hendrick de Keyser, eigenaar van een keur aan historische huizen waaronder het Hodshonhuis    
     
In 2007 verkocht de Stichting tot Behoud van het Teylers Hofje het hofje aan Elan Wonen. Er was een grootscheepse restauratie nodig en de vrijwillige bestuursleden keken daar nogal tegenop. Arend Mol, destijds adjunct-directeur van Elan Wonen: ‘We hebben de boeken mogen inzien, uiteraard was de restauratie ook onderwerp van gesprek. We hebben vooraf ook een inspectie laten doen. Er is toen afgesproken dat de woningen beschikbaar zouden blijven voor dames met een beperkte beurs.’
Terugkijkend zegt Mol dat als de herziene woningwet toen van kracht was geweest de overname waarschijnlijk niet was doorgegaan. ‘Vanaf 2014 moesten we ons beperken tot onze kerntaken, sober en doelmatig zijn. Je kunt je afvragen of het bezit van een hofje in zo’n doelstelling past. Je moet de overname in dat tijdsgewricht zien.’
Marieke Heilbron, directeur-bestuurder van Elan Wonen: ‘Alle seinen staan op groen, maar nog niet alles is in kannen en kruiken. Onze intentie is het hofje keurig over te dragen. Dat zal in het najaar plaatsvinden. Voor de bewoners, eind augustus ingelicht, zal er niet veel veranderen.
Carlo Huijts, directeur van Hendrick de Keyser: ‘Onze Vereniging ontfermt zich graag over het Teylers Hofje.
 

Het complex spreekt door zijn statige architectuur zeer tot de verbeelding en is door zijn oprichtingsgeschiedenis belangrijk om goed te beschermen. De Vereniging is al eigenaar van een elftal ‘woongemeenschappen’, van de 17de tot in de 20ste eeuw, ieder met zijn specifieke karakter, dat wij proberen zo goed mogelijk te behouden.”

   

   
Frans Loenenhofje: exclusief patroon    
Het ophangen van het goudleer is in 1792 de kers op de taart na een jarenlange periode van herstel- werkzaamheden. De regenten hadden een eigen keuken, secreet (wc) en keldertje (voor wijn!) gekregen. Het goudleerbehang verving het zeildoekbehangsel uit 1727. Voor zeventien gulden werd het aangebracht door twee Haarlemse kamerbehangers. De nieuwste mode was het niet, het patroon was al zo’n halve eeuw oud.    
     
In 1923 brachten een lege kas en een schuld van 600 gulden het bestuur op het idee om het goudleer te verkopen. Er was in 1881 al eens 450 gulden voor geboden. De waarde werd inmiddels geschat op 4500 gulden. De directeur van het Frans Hals Museum zamelde onder de burgerij geld in, maar er werd slechts 1200 gulden opgehaald. Daarvoor wilden de regenten het niet afstaan. Het goudleerbehang hangt er nog steeds en zeker na het bezoek van expert Eloy Koldeweij zijn de regenten daar reuzetrots op. Maarten Poldermans: ‘Ik weet nog heel goed dat Eloy jaren geleden naar ons goudleer kwam kijken. Hij stapte de regentenkamer binnen en zei, dit bestaat niet. Wil en ik dachten, wat is er aan de hand, zou
het nepbehang zijn?! Maar nee, het bleek ontworpen naar een gravure van Daniël Marot.
Anderhalf jaar was het voor restauratie weg uit de regentenkamer en dat voelde kaal, weet Poldermans nog. ‘Waar de panelen aan elkaar zitten, was het leer vergaan. Daar heeft Henk van Soest nieuwe panelen voor gemaakt, waarop hij de kantstukken van de oude panelen bevestigde. Maar nu is het leer op sommige plekken alweer wat uitgezakt. Het zou eigenlijk opnieuw gespannen moeten worden.’
     

   
Codde en Van Beresteyn: ‘weldadige hofjes’    
In aanwezigheid van tweehonderd gasten complimenteerde burgemeester Jos Wienen op 20 december 2019 Wim Cerutti met zijn indrukwekkende oeuvre over de geschiedenis van Haarlem én in het bijzonder met zijn nieuwste pennevrucht.    

Wienen: ‘Het is een prachtig boek, met onverwachte details. Weer een echte Cerutti, die zijn onderwerp steeds in een breder kader plaatst. Het verhaal van Codde en Van Beresteyn verweeft hij met de geschiedenis van de stad, van katholiek Haarlem en van de andere hofjes’.
Haarlem chroniqueur Cerutti was aanvankelijk bang dat er niet genoeg materiaal was om de geschiedenis van beide hofjes te schetsen, want in vorige eeuwen is enorm veel archief verloren gegaan. Cerutti: ‘Maar met extra speuren en puzzelen is er uiteindelijk toch heel veel boven water gekomen.’
De burgemeester hield een warm pleidooi voor kleinschalige woonvormen. ‘In deze hectische tijd verlangen mensen naar beslotenheid en rust. De modern tijd dwingt niet tot grootschaligheid, integendeel. We hebben juist woonvormen nodig waar mensen wonen, die elkaar kennen en naar elkaar omkijken.’
Cerutti’s boek ‘De weldadige hofjes van Pieter Janszoon Codde en Nicolaas van Beresteyn in Haarlem’, is voor € 24,95 te koop in de boekhandel.
 


   

   
Eeuwenoude pomp gerestaureerd        
De 17de-eeuwse pomp in het Frans Loenenhofje is gerestaureerd en werkt weer. Wat was er zo’n tien jaar geleden gebeurd? De vrouw van het beheerdersechtpaar kon niet tegen dat piepende geluid en had haar man opdracht gegeven ‘dat ding’ onklaar te maken. Wat bleek later: Elbert had de zuigerstangen eruit gehaald.    
         

Bronpijp
Bij nadere inspectie bleek dat de ijzeren bronpijp verroest was, ook de houten cilinders waren kapot. Voordat smid Paul van Trigt aan het binnenwerk begon, moest de bronpijp worden vervangen. Van Trigt: ‘Tijdens het graven zijn we meerdere funderingen tegen gekomen en moesten we steeds verder van de pomp af zoeken naar een goede plek. Op anderhalve meter uit de gevel vonden we die en hoefden we alleen door een plavuizenvloer heen. Op 8,5 meter vonden we grondwater.’

Pompbak
Smid Van Trigt fabriceerde in zijn werkplaats nieuwe zuigerstangen en cilinders van roestvrijstaal, maakte de zuigers van kunststof en voorzag die van leren manchetten. De linkerzwengel is nu aangesloten op bronwater, de rechterzwengel op regenwater uit de oude waterput. Met de hardstenen pompbak heeft de firma Swaalf geholpen. Aad Swaalf: ‘De pompbak was in matige staat. We hebben potentiële scheuren behandeld zodat hij de komende honderd jaar weer waterdicht is.’

Feestje
Op 18 juni werd de dubbele pomp feestelijk in gebruik genomen. Voordat het zover was, zongen de hofdames eerst twee ‘pompklassiekers’, ‘Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen’ en ‘Daar bij die waterpomp’ (een variant op ‘Daar bij die waterkant’).

 


Hofje van Heijthuijsen: Jos Wienen en regentes Taetske van Dijk

 





Ze werden op banjo begeleid door regent Wil van Schaik en op sopraansax door hofklusjesman Arie van der Kwaak. Bewoonster Lian Tan mocht de pomp onthullen en er een slinger aan geven. Pure nostalgie in een hofje waar de tijd nu nog meer stil staat!

   

   
‘Wie het eerst komt, het eerst draait’    

Je was doen in een hofje is wel een dingetje. In een aantal hofjes is net als vroeger een collectieve wasgelegenheid, een wasmachine. In de 17de eeuw ging dat op de hand in een wastobbe, en later in een wasketel van geëmaileerd ijzer.

   

Natuurlijk ontstaat, als er in een hofje een wasmachine in gebruik is, er zo nu en dan een opstopping, zeker als iemand die ene wasmachine voor drie wassen heeft geclaimd. Tot afspraken hierover komen, blijft lastig. ‘Wie het eerst komt, het eerst draait’ is de regel. En ja, mochten de irritaties hoog oplopen, dan kun je altijd nog naar een wasserette, of zelf een wasmachine laten aansluiten.

18de eeuwse wasketel
Hoe modern was het dat bij de oplevering in 1733 van het Hofje van Staats, het washok een ingemetselde wasketel met daaronder stookgelegenheid had. Want het water moest wel warm zijn om de linnen kleding te wassen. Boven de wasketels hingen superdelux koperen pompkranen. Tijdens de grote renovatie tussen 1988 en 1991 is het washok bij het hoekhuis getrokken en maakt nu deel uit van de keuken. De antieke wasketel staat er als aandenken aan een tijd dat huishouden nog een vak was. Pleister op de wonde voor de bewoner: de keuken is ruim en kijkt uit op een binnentuintje.

     

   
         
Het hofje van Bomans
De kop suggereert dat er een hofje bestaat dat naar een van Nederlandse grootste schrijvers is vernoemd. Dat is niet het geval. Maar wat niet is kan nog komen.

Haarlemmer Godfried Bomans was een veelzijdig schrijver. Hij leek elk genre aan te kunnen: sprookje, biografie, detectiveverhaal. Parodie en plechtstatigheid gingen bij hem hand in hand. ‘Humor is overwonnen droefheid’, zei hij. Na de oorlog begint hij met tekenaar Carol Voges in de Volkskrant de strip Pa Pinkelman en Tante Pollewop. De licht absurdistische strip was oorspronkelijk bedoeld voor kinderen, maar trok al gauw een volwassenener lezerspubliek. Pa Pinkelman wordt gekenmerkt door zijn ronde bril-letje, zijn magische bolhoed en zijn sigaar. Hij komt uit een oud tovenaarsgeslacht, maar zijn eigen toverkwaliteiten zijn ronduit middelmatig
     
         

Op sommige weekdagen is hij maar tot een enkel toverkunstje in staat. De strip is een succes, er verschijnen uiteindelijk vier bundels met avonturen van dit heerschap. In de vierde en laatste reeks, ‘De onsterfelijke Pa Pinkelman’, wonen Tante Pollewop en haar man in een hofje. Pa Pinkelman verdient een leuke boterham door zich tegen betaling, hij is immers een beroemd persoon, aan toeristen te laten zien. Zou Bomans voor de strip een Haarlems hofje in gedachten hebben gehad?

Bekijk hier de strip ‘De onsterfelijke Pa Pinkelman’

     
     

   
  Tien jaar Hofjeskrant
Op 12 oktober 2018 werd die mijlpaal in besloten kring gevierd met optredens van het trio Bijlsma²Hooglugt en stadsdichter Willemien Spook. Michaela Bijlsma, inmiddels ook hofbewoner, schreef speciaal een hofjeslied. Extra leuk was dat de stad in de persoon van burgemeester Jos Wienen namens de Haarlemse Hofjes een tegeltableau overhandigd kreeg.
   
     

   
Tegeltableau op zijn plek    
Haarlem telt drieëntwintig hofjes. Landelijk gezien niet de meeste maar volgens velen wel de mooiste. Al die namen tezamen met een tekening van een ‘fantasiehofje’  staan op het tegeltableau. Zoek de verschillen met het Hofje van Oorschot! Het beeld van dat hofje aan de Kruisstraat is voor Haarlemmers misschien wel het meest vertrouwd, zo open en midden in de stad. 

Het tableau hangt op de monumentale muur van wat nu speeltuin ‘t Paradijsje is, maar waar tot 1871 de huisjes van het Comanshofje stonden, gesticht door het koopmansgilde. Dat hofje had een statig gildehuis. De woningen werden gesloopt, maar het gildehuis bleef behouden. Wat ook overbleef is een herinnering aan het hofje in de vorm van een gedenksteen. Twee andere hofjes in deze straat doorstonden wel de tand des tijds, het Frans Loenenhofje en het Luthers Hofje.
 
Op de foto: Rie Neehus en Ena Govers, bewoonsters van het Frans Loenenhofje, onthullen het tableau onder het toeziend oog van Wilco Vreugdenhil van Kernbouw bv
   

   
Nieuw Hofjeslied
Speciaal voor het jubileumfeest ‘Tien jaar Hofjeskrant’ schreef Michaëla Bijlsma een Hofjeslied. In veertien coupletten worden de de drieëntwintig hofjes bezongen.
   
         
     

   
Place du Tertre van Kunst Zij Ons Doel
Hofjes en bewoners, vereeuwigd door tekenaars van KZOD, werden tentoongesteld op de expositie ’10 jaar Hofjeskrant’ in de Kloostergangen van 7 december t/m 3 januari.
  place    
           

     
Tien jaar Hofjeskrant      

Foto  Sander Stoepker: Links het Hofje van Bakenes, recht Johan Enschedéhof

  Na tien jaar is de Haarlemse Hofjeskrant een begrip in de stad. De krant geeft driejaarlijks een inkijkje in de geschiedenis, het hofje als monument en het reilen en zeilen van zijn bewoners.
In zijn redactioneel schrijft redacteur Willem Brand: ‘Ik ben al tien jaar in touw met hofjes. Een eigen wereld: overzichtelijk, met historie en best benaderbaar. Vijfendertig nummers en ruim driehonderdduizend kranten verder is het eind nog niet in zicht.’ In het 35ste nummer bezoekt hij o.a. het Hofje van Guurtje de Waal en het Hofje van Noblet. Tekenaars van Kunst Zij Ons Doel maken kennis met een keur aan hofjes. Ook krijgen twee regenten aandacht omdat ze al vijfentwintig jaar onbetaald bestuurder zijn.

Job Thöne, bestuurder van het Hofje van Bakenes, stond samen met collega-bestuurder Ok de Lange aan de basis van het Johan Enschedéhof dat pal aan Bakenes is gebouwd. Het oudste hofje naast het jongste hofje (zie foto)! Job beseft als geen ander, en daarin hij is lang niet de enige bestuurder, dat je er moet zijn voor de bewoners en dat je de saamhorigheid kan aanwakkeren met af en toe een gezellige happening. Die woorden gebruikt ook Bert van Apeldoorn van Hofje In den Groenen Tuin: ‘Een borrel of BBQ op zijn tijd doet enorm veel goed.’
     

     
Hofjesstichter krijgt stripboek      
De hofjeswereld heeft een primeur. Op 18 mei verschijnt 368 jaar na zijn dood een stripboek over Willem van Heijthuijsen, de stichter van het gelijknamige hofje aan de Kleine Houtweg (tegenover Nurks in de Hout).      
           

‘Willem’ is een intrigerend verhaal voor jong en oud over Charlie uit Harlem New York, op zoek naar haar Hollandse wortels. Met een verloren liefde als rode draad. Knap hoe scriptschrijver Eva Maria de Wit feit en fictie verbindt. Illustrator Eric J. Coolen tekende het verleden schetsmatig en het heden in de tekenstijl ‘klare lijn’. De verteller is de geest van Wilem die nog steeds rondwaart.

De liefhebber van geschiedkundige feiten en verdieping vindt achterin het boek een tijdlijn met gebeurtenissen in het hofje, plus tien boeiende artikelen. Met de uitgave van dit bijzondere boek brengt de opdrachtgever, het bestuur van het hofje van Heijthuijsen, de hofjes als woon- en bestuursvorm ludiek onder de aandacht.

Voorzitter Gonda Koster is er trots op dat het hofje in grote lijnen nog steeds bestaat zoals stichter Willem dat in 1636 in zijn testament heeft laten vastleggen. Het hofje wordt ook nog in diens geest bestuurd, namelijk door onbetaalde regenten. Dat is in de meeste hofjes nog traditie. Regenten bewaken de monumentale staat van de huisjes en de hofjescultuur.

Info en bestellingen: willemvanheijthuijsen.nl

 

> > Een stripboek voor jong en oud
   

     
  De Haarlemse Hofjes van Anton Pieck
Anton Pieck tekende met oog voor detail, romantiek, ironie en humor, vertelt kenner Pieter Aurik in de 32ste Haarlemse Hofjeskrant.

Aurik: ‘Wat de hofjes betreft, hij heeft ze ook in Leiden, Amsterdam, Den Haag, Alkmaar, Brugge, Gouda, Hoorn en Lier (België) getekend. Haarlem heeft hij van alle steden het meest getekend. Buiten maakte hij de schetsen, thuis werkte hij die uit. Hij beschikte over een fotografisch geheugen en tekende aparte elementen vaak buiten gedetailleerd uit. Alles wat oud en vervallen was of op instorten stond had zijn aandacht.’
Vier van de dertig tekeningen uit de brochure ‘Een wandeling door historisch Haarlem’ zijn tekeningen van hofjes. De mooiste, die van het Hofje van Loo*, is in kleur. De andere drie verschenen, weet Pieter Aurik, in zwart-wit in een kalender van 1946.
In Hofjeskrant 32 een hele pagina Pieck.
     

     
  Zwengelpomp als blikvanger
Drie dagen kostte het om de hand- of zwengelpomp te plaatsen. Na eerst een fundering te hebben gelegd werd de pomp in drie delen binnengebracht en via een mobiele portaalkraan in elkaar gezet.

Tobias Snoep ontwierp en tekende geïnspireerd op historische modellen een klassieke pomp. Bijzonder is het prachtig uitgehouwen reliëf waarop Snoep op het allerlaatste moment nog zijn steenhouwersteken heeft gezet. Andere voorbeelden van vakmanschap zijn de twee door Snoep ontworpen bronzen kranen en de rechtshandige slinger. Qua formaat past de pomp prima in het hofje. Regent Jan Willemink: ‘De pomp is een meesterstuk en een belangrijke toevoeging voor ons hofje.’